link naar tekeningen-website
Paul Veenvliet's
tekeningen website

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

home>inhoud>algen

Alg, hoe kom je eraan en hoe kan je ervan af komen?

Algen zijn eencellige plantjes. Dat lijkt een dooddoener, maar dit betekent dat ze dezelfde behoeftes hebben als andere waterplanten: licht en voedingsstoffen. Algen groeien dus alleen als er voldoende licht is en er voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn. Algen hebben geen wortels, dus kunnen ze alleen voedingsstoffen opnemen uit het water en niet uit de bodem. Op dit punt kunnen andere planten een voorsprong hebben: planten met wortels kunnen immers wel voedingsstoffen uit de bodem opnemen. Planten met wortels kunnen dus groeien onder omstandigheden waaronder algen dat niet kunnen (voedselrijke bodem en voedselarm water).

Algen komen op veel manieren in een vijver: met de waterplanten mee, met het water waarin vissen worden vervoerd en als sporen uit de lucht. Ervaring leert dat algen uiteindelijk in iedere vijver terecht komen. Er zijn veel soorten algen. Ruwweg worden ze ingedeeld in zweefalgen (groen water) en draadalgen (slierten).

 


zweefalgen kleuren het water groen


draadalgen vormen slierten vanaf de bodem en
de vijverwanden en 'kussentjes' op het wateroppervlak

 

Voedingsstoffen komen in het water via vissenontlasting. Licht komt gratis van de zon. In tuinvijvers wordt dus vaak voldaan aan de voorwaardes voor algengroei. Om van algen af te komen kan je ruwweg vier dingen doen:

- licht wegnemen door de vijver af te dekken. Dit is een paardenmiddel wat ten koste gaat van de andere waterplanten, de vissen en het plezier in het vijveren. Bovendien komen de algen terug zodra er weer licht in de vijver komt. Geen goed idee dus.

- voedingsstoffen wegnemen uit het water. Dat kan door andere planten aan de vijver toe te voegen en/of minder vissen te houden en/of minder voer te geven aan de vissen. De meest geschikte planten zijn soorten die snel groeien, want die nemen de meeste voedingsstoffen op. Geschikte onderwaterplanten zijn onder andere fontijnkruiden, krabbescheer en hoornblad. Oeverplanten zoals gele lis en dotterbloem zijn ook geschikt, zolang ze maar met hun wortels in het vijverwater staan. Sommige vijveraars hebben goede ervaringen met een stuk levend wilgenhout: gewoon in het water laten drijven en het gaat vanzelf groeien. Er komen wortels uit en takken en zolang die wortels en takken groeien, neemt de drijvende wilgenplant voedingsstoffen op. Een andere methode is regelmatig een deel van het water verversen door het te vervangen door gewoon leidingwater. Vaak werkt alleen water verversen niet afdoende en moet daarnaast ook gebruik worden gemaakt van planten of van een 'technische oplossing' zoals het behandelen van het vijverwater met ozon of UV-licht (zie hieronder).

- algen doden door koper toe te voegen aan het vijverwater: hiervoor zijn er zowel speciale apparaatjes als een heel aantal anti-algen tabletten en vloeistoffen. Over het gebruik deze koper-afgevende apparaatjes zijn de meningen erg verdeeld: vrij regelmatig zijn er berichten over vissterfte.

De werking van anti-algenmiddelen en algendodende apparaten op koperbasis hangt sterk samen met de watersamenstelling. Bij een afwijkende watersamenstelling, bijvoorbeeld bij een lage zuurgraad, zijn deze middelen erg giftig en dit kan lijden tot vissterfte. Lees voor gebruik dan ook ALTIJD de gebruiksaanwijzing en zorg dat je de watersamenstelling in de vijver kent alvorens deze middelen te gebruiken.

In de bijsluiter van een van de op koperbasis werkend anti-algen apparaatje staat dat "De concentratie koperionen om draadalgen te verwijderen en de groei te stoppen, ligt tussen 0,2 en 0,3 PPM [in het vijverwater]". De veilige limiet voor de koper-concentratie in water waarin Salmonidae (zalmen en forellen) worden gekweekt is 0.014 PPM, dus ongeveer 20 x zo laag (Stoskopf, 1993). De drinkwaterlimiet is overigens 2 PPM, wat weer tien keer zo hoog is vergeleken met de hoeveelheid die door het betreffende apparaatje wordt afgegeven. Hieruit valt te concluderen dat, vergeleken met mensen, sommige vissoorten veel gevoeliger zijn voor koper in het water. De norm voor deze vissen ligt dus bijna 150 keer onder de norm voor drinkwater voor mensen. Als deze informatie klopt, dan kan je je afvragen hoe veilig anti-algenmiddelen op koperbasis zijn voor vijvervissen...

Veel lagere dieren, zoals slakken, waterinsecten en kreeften, zijn nog veel gevoeliger voor koper in het water als vissen. Door de op koperbasis werkende anti-algenmiddelen/apparaatjes worden deze lagere dieren uitgeroeid.

- zweefalgen te doden door ze bloot te stellen aan UV-licht, of ozon. Ook hiervoor zijn speciale apparaatjes in de handel. UV-licht en ozon werken alleen tegen zweefalgen en niet tegen draadalgen omdat alleen de algen worden gedood die in het water zitten wat door het apparaat heen stroomt. UV-licht werkt alleen heel plaatselijk en komt dus niet in de rest van de vijver terecht. Met ozon zou dat ook zo moeten zijn maar sommige apparaten geven zoveel ozon af dat het wel in de vijver kan komen, en dan schade toebrengt aan de vissen en andere vijverbewoners. Omdat deze apparaatjes alleen zweefalgen doden en draadalg ongemoeid laten, blijven er meer voedingsstoffen in het water voor de draadalgen. Gebruik van UV-licht of ozon kan dus draadalg-bevorderend zijn. Dat is op zich niet ongunstig, zie onderaan deze pagina. In combinatie met een plantenfilter (waar planten voedingsstoffen uit het water opnemen) en/of regelmatige waterverversing kunnen op UV- en ozonbasis werkende apparaatjes een guntig effect hebben op de waterhelderheid en -kwaliteit.

Alle technische middelen (koper, UV-licht en ozon) hebben gemeen dat ze wel de algen doden, maar de voedingsstoffen in het water laten. Sterker nog: de dode algen ontbinden en wat er van die algen overblijft zijn ook voedingsstoffen. De hierdoor veroorzaakte hoge concentratie aan voedingsstoffen (met name nitraat en nitriet) kan levensgevaarlijk zijn voor de vissen! Hierom moet het water regelmatig worden getest op nitraat en nitriet en meestal moet ook regelmatig water worden ververst. Een grote hoeveelheid ontbindende (rottende) algen kan ook een acuut zuurstofgebrek tot gevolg hebben en op deze manier lijden tot vissterfte.

Koi, goudvissen en algengroei
Zowel koi als goudvissen woelen door de bodem. Hierdoor komen voedingsstoffen uit de vijverbodem in het water terecht. Dat schept ideale leefomstandigheden voor algen. Bovendien eten koi en goudvissen zachte waterplanten. Koi worden veel groter als goudvissen en dus zijn de effecten van koi ook sterker. Een beperkt aantal goudvissen kan nog wel worden gehouden in een vijver met veel waterplanten. Met koi is dat vaak erg lastig. Om toch helder water te houden kan een deel van de vijver worden afgeschermd met een rooster waardoor er een deel voor planten en een deel voor de vis ontstaat. Ook kan je het vijverwater met een pomp door een bak oeverplanten laten stromen: het zogenaamde plantenfilter. Tenslotte kan je kiezen voor de bovengenoemde technische snufjes al dan niet in combinatie met planten.

Ere wie ere toekomt: draadalgen zijn goed voor vijverdieren!

Met name draadalgen zijn erg goed voor de waterkwaliteit. Doordat ze overtollige voedingsstoffen opnemen voorkomen ze dat de vissen worden vergiftigd door hoge nitraat en nitriet gehaltes. Bovendien geven draadalgen veel zuurstof af aan het water en vissen leggen graag eieren tussen de algen. Tenslotte eten veel vissen graag hapjes draadalg als aanvulling op hun voedsel, al eten ze er meestal niet voldoende van om de hoeveelheid algen noemenswaardig te verminderen. Je kan er dus ook voor kiezen om de draadalgen te behouden...

 

Literatuur: Stoskopf, M. K., 1993. Fish Medicine. W.B. Saunders Company, Philadelphia.

pagina laatst aangepast: 22 oktober 2005

 
 

DIVERSEN

 


algenetende vissen


andere
algenetende dieren

 

 

MYTHES

draadalg of
draadwier