|
home>inhoud>algen
Alg, hoe kom je eraan en hoe kan je ervan af komen?
Algen
zijn eencellige plantjes. Dat lijkt een dooddoener, maar dit betekent
dat ze dezelfde behoeftes hebben als andere waterplanten: licht en
voedingsstoffen. Algen groeien dus alleen als er voldoende licht is en
er voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn. Algen hebben geen wortels,
dus kunnen ze alleen voedingsstoffen opnemen uit het water en niet uit
de bodem. Op dit punt kunnen andere planten een voorsprong hebben:
planten met wortels kunnen immers wel voedingsstoffen uit de bodem
opnemen. Planten met wortels kunnen dus groeien onder omstandigheden
waaronder algen dat niet kunnen (voedselrijke bodem en voedselarm
water).
Algen
komen op veel manieren in een vijver: met de waterplanten mee, met het
water waarin vissen worden vervoerd en als sporen uit de lucht.
Ervaring leert dat algen uiteindelijk in iedere vijver terecht komen.
Er zijn veel soorten algen. Ruwweg worden ze ingedeeld in zweefalgen
(groen water) en draadalgen (slierten).
zweefalgen kleuren het water groen

draadalgen vormen slierten vanaf de bodem en
de vijverwanden en 'kussentjes' op het wateroppervlak
Voedingsstoffen
komen in het water via vissenontlasting. Licht komt gratis van de zon.
In tuinvijvers wordt dus vaak voldaan aan de voorwaardes voor
algengroei. Om van algen af te komen kan je ruwweg vier dingen doen:
- licht wegnemen
door de vijver af te dekken. Dit is een paardenmiddel wat ten koste
gaat van de andere waterplanten, de vissen en het plezier in het
vijveren. Bovendien komen de algen terug zodra er weer licht in de
vijver komt. Geen goed idee dus.
- voedingsstoffen wegnemen uit het water. Dat kan door andere planten aan de vijver toe te voegen en/of minder vissen te houden en/of minder voer
te geven aan de vissen. De meest geschikte planten zijn soorten die
snel groeien, want die nemen de meeste voedingsstoffen op. Geschikte
onderwaterplanten zijn onder andere fontijnkruiden, krabbescheer en
hoornblad. Oeverplanten zoals gele lis en dotterbloem zijn ook
geschikt, zolang ze maar met hun wortels in het vijverwater staan.
Sommige vijveraars hebben goede ervaringen met een stuk levend
wilgenhout: gewoon in het water laten drijven en het gaat vanzelf
groeien. Er komen wortels uit en takken en zolang die wortels en takken
groeien, neemt de drijvende wilgenplant voedingsstoffen op. Een andere
methode is regelmatig een deel van het water verversen door het
te vervangen door gewoon leidingwater. Vaak werkt alleen water
verversen niet afdoende en moet daarnaast ook gebruik worden gemaakt
van planten of van een 'technische oplossing' zoals het behandelen van
het vijverwater met ozon of UV-licht (zie hieronder).
- algen doden door koper toe te voegen aan het vijverwater: hiervoor zijn er zowel speciale apparaatjes als een heel aantal anti-algen tabletten en vloeistoffen. Over
het gebruik deze koper-afgevende apparaatjes zijn de meningen erg
verdeeld: vrij regelmatig zijn er berichten over vissterfte.
De
werking van anti-algenmiddelen en algendodende apparaten op koperbasis
hangt sterk samen met de watersamenstelling. Bij een afwijkende
watersamenstelling, bijvoorbeeld bij een lage zuurgraad, zijn deze
middelen erg giftig en dit kan lijden tot vissterfte. Lees voor gebruik
dan ook ALTIJD de gebruiksaanwijzing en zorg dat je de watersamenstelling in de vijver kent alvorens deze middelen te gebruiken.
In de bijsluiter van een van de op koperbasis werkend anti-algen apparaatje staat dat "De concentratie koperionen om draadalgen te verwijderen en de groei te stoppen, ligt tussen 0,2 en 0,3 PPM [in het vijverwater]". De veilige limiet voor de koper-concentratie in water waarin Salmonidae (zalmen en forellen) worden gekweekt is 0.014 PPM,
dus ongeveer 20 x zo laag (Stoskopf, 1993). De drinkwaterlimiet is
overigens 2 PPM, wat weer tien keer zo hoog is vergeleken met de
hoeveelheid die door het betreffende apparaatje wordt afgegeven.
Hieruit valt te concluderen dat, vergeleken met mensen, sommige
vissoorten veel gevoeliger zijn voor koper in het water. De norm voor
deze vissen ligt dus bijna 150 keer onder de norm voor drinkwater voor
mensen. Als deze informatie klopt, dan kan je je afvragen hoe veilig
anti-algenmiddelen op koperbasis zijn voor vijvervissen...
Veel
lagere dieren, zoals slakken, waterinsecten en kreeften, zijn nog veel
gevoeliger voor koper in het water als vissen. Door de op koperbasis
werkende anti-algenmiddelen/apparaatjes worden deze lagere dieren
uitgeroeid.
- zweefalgen te doden door ze bloot te stellen aan UV-licht, of ozon.
Ook hiervoor zijn speciale apparaatjes in de handel. UV-licht en ozon
werken alleen tegen zweefalgen en niet tegen draadalgen omdat alleen de
algen worden gedood die in het water zitten wat door het apparaat heen
stroomt. UV-licht werkt alleen heel plaatselijk en komt dus niet in de
rest van de vijver terecht. Met ozon zou dat ook zo moeten zijn maar
sommige apparaten geven zoveel ozon af dat het wel in de vijver kan
komen, en dan schade toebrengt aan de vissen en andere vijverbewoners.
Omdat deze apparaatjes alleen zweefalgen doden en draadalg ongemoeid
laten, blijven er meer voedingsstoffen in het water voor de draadalgen.
Gebruik van UV-licht of ozon kan dus draadalg-bevorderend zijn. Dat is
op zich niet ongunstig, zie onderaan deze pagina. In combinatie met een
plantenfilter (waar planten voedingsstoffen uit het water opnemen)
en/of regelmatige waterverversing kunnen op UV- en ozonbasis werkende
apparaatjes een guntig effect hebben op de waterhelderheid en
-kwaliteit.
Alle
technische middelen (koper, UV-licht en ozon) hebben gemeen dat ze wel
de algen doden, maar de voedingsstoffen in het water laten. Sterker
nog: de dode algen ontbinden en wat er van die algen overblijft zijn
ook voedingsstoffen. De hierdoor veroorzaakte hoge concentratie aan
voedingsstoffen (met name nitraat en nitriet) kan levensgevaarlijk zijn
voor de vissen! Hierom moet het water regelmatig worden getest op nitraat en nitriet en meestal moet ook regelmatig water worden ververst. Een grote hoeveelheid ontbindende (rottende) algen kan ook een acuut zuurstofgebrek tot gevolg hebben en op deze manier lijden tot vissterfte.
Koi, goudvissen en algengroei
Zowel
koi als goudvissen woelen door de bodem. Hierdoor komen voedingsstoffen
uit de vijverbodem in het water terecht. Dat schept ideale
leefomstandigheden voor algen. Bovendien eten koi en goudvissen zachte
waterplanten. Koi worden veel groter als goudvissen en dus zijn de
effecten van koi ook sterker. Een beperkt aantal goudvissen kan nog wel
worden gehouden in een vijver met veel waterplanten. Met koi is dat
vaak erg lastig. Om toch helder water te houden kan een deel van de
vijver worden afgeschermd met een rooster waardoor er een deel voor
planten en een deel voor de vis ontstaat. Ook kan je het vijverwater
met een pomp door een bak oeverplanten laten stromen: het zogenaamde
plantenfilter. Tenslotte kan je kiezen voor de bovengenoemde technische
snufjes al dan niet in combinatie met planten.
|
|
Ere wie ere toekomt: draadalgen zijn goed voor vijverdieren!
Met
name draadalgen zijn erg goed voor de waterkwaliteit. Doordat ze
overtollige voedingsstoffen opnemen voorkomen ze dat de vissen worden
vergiftigd door hoge nitraat en nitriet gehaltes. Bovendien geven
draadalgen veel zuurstof af aan het water en vissen leggen graag eieren
tussen de algen. Tenslotte eten veel vissen graag hapjes draadalg als
aanvulling op hun voedsel, al eten ze er meestal niet voldoende van om
de hoeveelheid algen noemenswaardig te verminderen. Je kan er dus ook
voor kiezen om de draadalgen te behouden...
|
|
Literatuur: Stoskopf, M. K., 1993. Fish Medicine. W.B. Saunders Company, Philadelphia.
pagina laatst aangepast:
22 oktober 2005
|