Dieren
en planten, die worden verkocht voor tuinvijvers, komen uit de hele
wereld. Vrijwel alle soorten hebben gemeen dat ze voor kortere of
langere tijd kunnen overleven in het Nederlandse (West Europese)
klimaat. Een heel aantal soorten is ook goed in staat zich voort te
planten onder 'normale vijveromstandigheden'. Wanneer uitheemse soorten
ontsnappen of worden losgelaten, kunnen ze een probleem vormen voor de
Nederlandse natuur:
- ze concurreren met verwante inheemse soorten
- ze eten inheemse dieren en/of planten en beinvloeden zo het natuurlijk evenwicht
- alle vijverdieren kunnen ziektes verspreiden waar inheemse dieren geen weerstand tegen hebben
Wereldwijd
wordt faunavervalsing (meer precies: Alien Invasive Species = exoten =
uitheemse soorten) gezien als de tweede belangrijkste oorzaak voor de
achteruitgang van de biodiversiteit. Andere problemen zijn:
habitatvernietiging, overexploitatie en vergiftiging met pesticiden.
Ook in Nederland is faunavervalsing een toenemend probleem. Helaas
wordt het nog onvoldoende onderkend en dus wordt ook onvoldoende gedaan
om dit tegen te gaan. Ontsnapte en losgelaten vijverdieren en -planten
dragen in belangrijke mate bij aan deze faunavervalsing. Potentiele
probleemsoorten kunnen worden ingedeeld in soorten die
ontsnappen/wegtrekken uit tuinvijvers en soorten die moedwillig worden
uitgezet waneer ze minder geschikt blijken om te houden of zich te
sterk voortplanten. Bij de soortbeschrijvingen van exotische
diersoorten is het volgende symbool geplaatst:

Soorten die gemakkelijk ontsnappen wanneer ze in tuinvijvers worden gehouden
Een
aantal vijverdieren heeft pootjes en kan gemakkelijk ontsnappen uit
tuinvijvers. Deze soorten zouden alleen in een volledig dicht ommuurde
vijver ('buitenterrarium') moeten worden gehouden. Bij de
soortbeschrijvingen is het onderstaande symbool geplaatst:

Dit ontsnappingsrisico geldt met name voor de volgende soorten:
- Zoetwaterkreeften:
Kreeften zijn staat op regenachtige dagen honderden meters af te leggen
over land. Kreeften reageren op overbevolking, voedselgebrek, gebrek
aan schuilplaatsen en ongunstige watersamenstelling door weg te
trekken. Een deel van de kreeften trekt ook weg zonder dat er een
duidelijke oorzaak is aan te wijzen, op zoek naar een nieuw leefgebied.
De meeste soorten zijn drager van een ziekte waardoor de inheemse
rivierkreeft in Nederland vrijwel is uitgeroeid en herintroductie van
deze soort nauwelijks een optie is. Als alleseters die grote dichtheden
bereiken, beinvloeden ze vrijwel al het andere waterleven. In het
ergste geval eten ze alle aanwezige waterplanten op.
- Watersalamanders:
Salamanders mijden vijvers waarin vis aanwezig is en gaan dan op zoek
naar visvrije wateren. Een deel van de slamanders trekt weg zonder
duidelijke aanleiding: op zoek naar nieuwe leefgebieden. Uitheemse
watersalamanders concurreren met de inheemse soorten om voedsel en
leefruimte.
- waterschildpadden:
de meeste waterschildpadden houden van grote meren en rivieren. Vijvers
zijn eigenlijk altijd aan de kleine kant vergeleken met hun natuurlijk
leefgebied waardoor ze erg de neiging hebben om weg te trekken. Het
grooste potentiele probleem vormen soorten die zich het beste handhaven
in het West Europese klimaat: sierschildpadden (Chrysemys picta en C. dorsalis)
en bijtschildpadden. Met name bijtschildpadden zijn een potentieel
risico voor mensen: met hun krachtige kaken kunnen ze serieuze
verwondingen toebrengen aan mensen die ze proberen op te pakken. In
andere delen van Europa concurreren exotische schildpadden met de
Europese moerasschildpad.
- kikkers: met name in België worden Egyptische groene kikkers
geimporteerd. Deze hebben sterk de neiging zich te verspreiden over de
omgeving en verdringen de inheemse groene kikker-soorten. Brulkikkers
lijken te zijn 'verdwenen' uit het nieuws. Toch handhaven ze zich op
een heel aantal plaatsen in Europa (o.a. België). Wat voor
uitwerking brulkikkers hebben op de inheemse fauna is (ondanks alle
alarmerende berichten) vrijwel niet bekend.
- watervogels:
in toenemende mate veroorzaken nazaten van ontsnapte Canadese ganzen en
knobbelzwanen landbouwschade. Steeds meer soorten exotische watervogels
planten zich voort in het wild en concurreren met de inheemse soorten.
Soorten die regelmatig 'ongewenst worden' en worden losgelaten/gedumpt
Vrijwel alle vissoorten
vallen onder deze kategorie. Helaas wordt pas duidelijk welke soorten
een probleem kunnen vormen zodra ze zich ergens weten te handhaven en
zich sterk vermenigvuldigen. Bestrijden wordt dan erg lastig en niet
zelden moeten hele wateren worden drooggelegd om van deze soorten af te
komen. Van enkele soorten wordt vermoed dat ze een probleem kunnen
vormen, maar echt duidelijk is dat nog niet. Hieronder vallen, onder
andere, uitheemse bittervoorns, dikkopelritsen, blauwneuzen en Aziatische grote modderkruipers. Bekende probleemsoorten zijn:
- zonnebaarsjes: planten zich sterk voort en zijn in staat alle soorten amfibieën en veel insectensoorten plaatselijk uit te roeien.
- goudvissen:
planten zich sterk voort en zijn in staat veel soorten amfibieën
en waterinsecten plaatselijk uit te roeien. Bovendien zijn het
potentiele concurrenten voor met name de kroeskarper.
- karpers:
wanneer ergens grote dichtheden aan karpers voorkomen hebben ze
hetzelfde effect als in een 'natuurvijver': de planten wordne opgegeten
en door het woelen in de bodem bevorderen ze het ontstaan van
algenbloei (zweefalgen).
- blauwband:
blijkt zich in vrijwel heel Europa enorm te verspreiden en uit te
breiden. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit ten koste gaat van
amfibieën en waarschijnlijk ook van inheemse vissen. Blauwband
doet het uitstekend in kweekvijvers voor karper en wordt daardoor vaak
per ongeluk uitgezet, samen met andere vissoorten.
- Amerikaanse dwergmeervallen: handhaven zich uitstekend op tal van plaatsen in Europa. Wat voor effect ze hebben op de inheemse fauna is nauwelijks bekend.
- steuren:
vormen op dit moment geen groot probleem, maar de toenemende aantallen
uitheemse steuren in Nederlandse wateren gaan een grote barriëre
vormen voor de toekomstige herintroductie van de Atlantische steur.
- Chinese zwanenmossel:
doet het uitstekend in kweekvijvers voor vissen en hoogstwaarschijnlijk
ook in het voedselrijke Nederlandse binnenwater. Hoogstwaarschijnlijk
een concurrent voor inheemse zoetwatermossels.