link naar tekeningen-website
Paul Veenvliet's
tekeningen website

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

home>inhoud>faunavervalsing

Vijverdieren bedreigen de natuur

Dieren en planten, die worden verkocht voor tuinvijvers, komen uit de hele wereld. Vrijwel alle soorten hebben gemeen dat ze voor kortere of langere tijd kunnen overleven in het Nederlandse (West Europese) klimaat. Een heel aantal soorten is ook goed in staat zich voort te planten onder 'normale vijveromstandigheden'. Wanneer uitheemse soorten ontsnappen of worden losgelaten, kunnen ze een probleem vormen voor de Nederlandse natuur:

- ze concurreren met verwante inheemse soorten

- ze eten inheemse dieren en/of planten en beinvloeden zo het natuurlijk evenwicht

- alle vijverdieren kunnen ziektes verspreiden waar inheemse dieren geen weerstand tegen hebben

Wereldwijd wordt faunavervalsing (meer precies: Alien Invasive Species = exoten = uitheemse soorten) gezien als de tweede belangrijkste oorzaak voor de achteruitgang van de biodiversiteit. Andere problemen zijn: habitatvernietiging, overexploitatie en vergiftiging met pesticiden. Ook in Nederland is faunavervalsing een toenemend probleem. Helaas wordt het nog onvoldoende onderkend en dus wordt ook onvoldoende gedaan om dit tegen te gaan. Ontsnapte en losgelaten vijverdieren en -planten dragen in belangrijke mate bij aan deze faunavervalsing. Potentiele probleemsoorten kunnen worden ingedeeld in soorten die ontsnappen/wegtrekken uit tuinvijvers en soorten die moedwillig worden uitgezet waneer ze minder geschikt blijken om te houden of zich te sterk voortplanten. Bij de soortbeschrijvingen van exotische diersoorten is het volgende symbool geplaatst:

 

Soorten die gemakkelijk ontsnappen wanneer ze in tuinvijvers worden gehouden

Een aantal vijverdieren heeft pootjes en kan gemakkelijk ontsnappen uit tuinvijvers. Deze soorten zouden alleen in een volledig dicht ommuurde vijver ('buitenterrarium') moeten worden gehouden. Bij de soortbeschrijvingen is het onderstaande symbool geplaatst:

Dit ontsnappingsrisico geldt met name voor de volgende soorten:

- Zoetwaterkreeften: Kreeften zijn staat op regenachtige dagen honderden meters af te leggen over land. Kreeften reageren op overbevolking, voedselgebrek, gebrek aan schuilplaatsen en ongunstige watersamenstelling door weg te trekken. Een deel van de kreeften trekt ook weg zonder dat er een duidelijke oorzaak is aan te wijzen, op zoek naar een nieuw leefgebied. De meeste soorten zijn drager van een ziekte waardoor de inheemse rivierkreeft in Nederland vrijwel is uitgeroeid en herintroductie van deze soort nauwelijks een optie is. Als alleseters die grote dichtheden bereiken, beinvloeden ze vrijwel al het andere waterleven. In het ergste geval eten ze alle aanwezige waterplanten op.

- Watersalamanders: Salamanders mijden vijvers waarin vis aanwezig is en gaan dan op zoek naar visvrije wateren. Een deel van de slamanders trekt weg zonder duidelijke aanleiding: op zoek naar nieuwe leefgebieden. Uitheemse watersalamanders concurreren met de inheemse soorten om voedsel en leefruimte.

- waterschildpadden: de meeste waterschildpadden houden van grote meren en rivieren. Vijvers zijn eigenlijk altijd aan de kleine kant vergeleken met hun natuurlijk leefgebied waardoor ze erg de neiging hebben om weg te trekken. Het grooste potentiele probleem vormen soorten die zich het beste handhaven in het West Europese klimaat: sierschildpadden (Chrysemys picta en C. dorsalis) en bijtschildpadden. Met name bijtschildpadden zijn een potentieel risico voor mensen: met hun krachtige kaken kunnen ze serieuze verwondingen toebrengen aan mensen die ze proberen op te pakken. In andere delen van Europa concurreren exotische schildpadden met de Europese moerasschildpad.

- kikkers: met name in België worden Egyptische groene kikkers geimporteerd. Deze hebben sterk de neiging zich te verspreiden over de omgeving en verdringen de inheemse groene kikker-soorten. Brulkikkers lijken te zijn 'verdwenen' uit het nieuws. Toch handhaven ze zich op een heel aantal plaatsen in Europa (o.a. België). Wat voor uitwerking brulkikkers hebben op de inheemse fauna is (ondanks alle alarmerende berichten) vrijwel niet bekend.

- watervogels: in toenemende mate veroorzaken nazaten van ontsnapte Canadese ganzen en knobbelzwanen landbouwschade. Steeds meer soorten exotische watervogels planten zich voort in het wild en concurreren met de inheemse soorten.

 

Soorten die regelmatig 'ongewenst worden' en worden losgelaten/gedumpt

Vrijwel alle vissoorten vallen onder deze kategorie. Helaas wordt pas duidelijk welke soorten een probleem kunnen vormen zodra ze zich ergens weten te handhaven en zich sterk vermenigvuldigen. Bestrijden wordt dan erg lastig en niet zelden moeten hele wateren worden drooggelegd om van deze soorten af te komen. Van enkele soorten wordt vermoed dat ze een probleem kunnen vormen, maar echt duidelijk is dat nog niet. Hieronder vallen, onder andere, uitheemse bittervoorns, dikkopelritsen, blauwneuzen en Aziatische grote modderkruipers. Bekende probleemsoorten zijn:

- zonnebaarsjes: planten zich sterk voort en zijn in staat alle soorten amfibieën en veel insectensoorten plaatselijk uit te roeien.

- goudvissen: planten zich sterk voort en zijn in staat veel soorten amfibieën en waterinsecten plaatselijk uit te roeien. Bovendien zijn het potentiele concurrenten voor met name de kroeskarper.

- karpers: wanneer ergens grote dichtheden aan karpers voorkomen hebben ze hetzelfde effect als in een 'natuurvijver': de planten wordne opgegeten en door het woelen in de bodem bevorderen ze het ontstaan van algenbloei (zweefalgen).

- blauwband: blijkt zich in vrijwel heel Europa enorm te verspreiden en uit te breiden. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit ten koste gaat van amfibieën en waarschijnlijk ook van inheemse vissen. Blauwband doet het uitstekend in kweekvijvers voor karper en wordt daardoor vaak per ongeluk uitgezet, samen met andere vissoorten.

- Amerikaanse dwergmeervallen: handhaven zich uitstekend op tal van plaatsen in Europa. Wat voor effect ze hebben op de inheemse fauna is nauwelijks bekend.

- steuren: vormen op dit moment geen groot probleem, maar de toenemende aantallen uitheemse steuren in Nederlandse wateren gaan een grote barriëre vormen voor de toekomstige herintroductie van de Atlantische steur.

- Chinese zwanenmossel: doet het uitstekend in kweekvijvers voor vissen en hoogstwaarschijnlijk ook in het voedselrijke Nederlandse binnenwater. Hoogstwaarschijnlijk een concurrent voor inheemse zoetwatermossels.

pagina laatst aangepast: 18 februari 2006