Jonge waterschildpadden zijn schitterend mooi gekleurde
diertjes. Het is geen wonder dat ze veel worden verkocht. Lang
niet altijd wordt erbij verteld dat ze eisen stellen aan de
verzorging en snel groeien. Al na een jaar kunnen ze halfwas zijn en
een paar jaar later zijn ze volwassen. Ze zijn dan 25 tot 35 cm groot
en hebben veel ruimte nodig. In een te kleine bak worden ze agressief en brengen ze elkaar lelijke bijtwonden toe. Ook eisen ze
speciale voeding en verwarming. Ze vervuilen hun zwemwater zo sterk dat
het een paar keer per week verschoont moet worden. Voor veel eigenaren
is de lol er dan af.
Sommige schildpadden worden in de natuur gedumpt. In Nederland
overleven ze ternauwernood; in zuid-Europa weten ze zich voort te
planten en vormen ze een probleem voor de bedreigde Europese
moerasschildpad.
Andere schildpadden komen terecht in tuinvijvers. Ook hier zijn de
omstandigheden vaak niet optimaal: te weinig rust, te weinig uren met
zonne-warmte en een groot risico dat de schildpadden aan de wandel
gaan: op zoek naar een betere leefomgeving die ze niet vinden. Ook
bijten ze stukken uit waterplanten en uit de vinnen van vijvervissen.
De enige zinnige oplossing is ze naar een speciaal opvangcentrum te
brengen. Hier worden ze verder verzorgd onder voor de soort geschikte
leefomstandigheden. Nog beter is het om geen schildpadden te kopen en
in plaats daarvan een geldbedrag te doneren aan een opvangcentrum!
In het verleden werden vooral jonge roodwangschildpadden verkocht en
later in de natuur gedumpt. Om te voorkomen dat nog meer van deze
dieren in de Europese natuur terecht zouden komen, is in 1997 een
Europese importstop verkondigd. Sindsdien mogen roodwangschildpadden
niet worden ingevoerd in de EU. De nog aanwezige exemplaren mogen wel
gehouden en ook verkocht worden. De handel is binnen enkele weken
overgestapt op de verkoop van een hele reeks "vervangende soorten".
Sindsdien is de prijs van jonge schildpadden verdrievoudigd en de
verkochte aantallen lijken te zijn gedaald. Dit verhindert niet dat de
vervangende soorten nu ook in de natuur worden gedumpt. Het probleem
bestaat dus nog altijd en omdat het om meerdere soorten gaat, is het
effect op de inheemse natuur nog minder voorspelbaar geworden.