
Wetenschappelijke naam
Daphnia magna is de handels-soort. Hierboven afgebeeld is een andere soort, waarschijnlijk Daphnia pulex. In Nederland komen ongeveer 100 soorten watervlooien voor.
Regio van oorsprong
Europa (inheemse soort)
Volwassen afmeting
1-3 mm
Identificatie (wildvorm)
De grootste inheemse watervlo. Precieze determinatie van
watervlooien-soorten is specialistenwerk waarvoor microscopisch
onderzoek nodig is.
(Kleur) varieteiten
Watervlooien kunnen roodachtigm groenig of bruinig gekleurd zijn. Dit
hangt zowel af van het aanwezige voedsel als van het zuurstofgehalte
van het water. Bij een laag zuurstofgehalte zijn ze rood gekleurd.

Overeenkomstige soorten in Europa
Alleen al in Nederland komen ongeveer 100 soorten watervlooien voor.
Precieze determinatie van watervlooien-soorten is specialistenwerk
waarvoor microscopisch onderzoek nodig is.
Voedsel
Watervlooien leven van zweefalgen (groen water) die ze uit het water filteren.
Zichtbaarheid in vijvers
Watervlooien leven in zwermen op zonnige plaatsen. Als je de moeite
neemt om naar zulk klein spul te kijken, zijn ze goed zichtbaar.
Geschiktheid voor vijvers
Watervlooien zijn een uitstekend vis-voedsel. In vijvers met vissen
zijn ze in een ommezien opgegeten. In vijvers zonder vis kunnen ze het
wel goed doen en zich explosief vermeerderen. Hiervoor is het nodig dat
er voldoende algen aanwezig zijn. Die algen doen het het beste in
voedselrijk water. Toevoegen van organisch materiaal helpt dan ook om
de hoeveelheid watervlooien toe te laten nemen. Hierdoor zijn er
allerlij 'recepten' in de omloop zoals het toevoegen van koemest,
bloedmeel enz. Er zijn ook speciale 'potten' en 'kooitjes' in de handel
waar watervlooien in kunnen worden gehouden, zodat de vissen ze niet
kunnen bereiken. Hoe zijn de ervaringen hiermee?

Daphnia longispina
Opmerkingen
Iedere soort watervlo heeft een specifieke watersamenstelling nodig. De
aanwezigheid van bepaalde soorten watervlooien wordt dan ook gebruikt
als een indicator voor de watersamenstelling van oppervlaktewateren.
Voor tuinvijvers betekend dit dat het soms wat uitproberen is welke
soort 'aanslaat'. Om watervlooien in een vijvertje te krijgen kan het
nuttig zijn om ze van verschillende plaatsen (uit slootjes enz.) te
halen. De kans is dan het grootst dat er een soort bij zit die het goed
gaat doen. De als visvoer verkochte soort doet het overigens ook vaak
prima.
Watervlooien
kunnen zich onder goede omstandigheden snel voortplanten. Een kleine
entportie is dan ook voldoende. Veel soorten overleven periodes van
droogte en kou als ingekapselde eieren. Hierdoor kunnen ze overleven in
wateren die periodiek droogvallen en voor vissen ongeschikt zijn.
Tussen
'in het wild gevangen' watervlooien zitten vaak andere dieren. Dit
kunnen relatief onschuldige soorten zijn, zoals eenoogkreeftjes, maar
ook visparasieten zoals karperluizen en roofdiertjes zoals waterkever-
en libelle-larven. Ook jongen van inheemse vissen kunnen met
watervlooien meekomen en zo 'ineens' in een vijver zitten. Om deze
redenen zijn de in de winkel verkochte watervlooien te prefereren boven
in het wild gevangen watervlooien.