link naar tekeningen-website
Paul Veenvliet's
tekeningen website

 

 

 

link naar tekeningen-website
Paul Veenvliet's
tekeningen website

 

 

 

 

home>inhoud>watervogels

Watervogels in de vijver?


mandarijneend mannetje (voor),
mandarijneend vrouwtje (achter)
Carolina-eend mannetje (midden)

Net als andere dieren stellen ook watervogels specifieke eisen aan hun leefomgeving. Schoon water is in alle gevallen een levensvoorwaarde: water om te badderen, om in te zwemmen en om te drinken. Een groot deel van het leven van watervogels speelt zich in en rond het water af. Helaas vervuilen watervogels het water sterk met hun ontlasting. Hierdoor er een grote kans op hoge nitraat en nitrietwaardes en dus ook op zweefalgengroei (groen water). Doordat ze het water zo sterk vervuilen, kunnen de meeste watervogels niet samen met vissen worden gehouden. Alleen een paartje kleine eendjes in een grote vijver wil nog wel eens gaan. De meeste watervogels eten waterplanten en kunnen dus ook niet in een beplante vijver worden gehouden. In feite heeft het houden van watervogels wel wat weg van het houden van koi, die vergelijkbare problemen geven met beplanting en waterkwaliteit. De oplossingen zijn in feite ook hetzelfde: vaak waterverversen of, voor een paar kleine eendjes, extra goede filtering of aanleg van een groot plantenfilter.

De beschikking over schoon water is een eerste levensvoorwaarde voor alle watervogels. Wanneer watervogels langere tijd geen water tot hun beschikking hebben, stopt hun vetklier met werken. Het gevolg is dat watervogels 'lek' raken: hun veren zijn dan niet langer waterafstotend en ze vervuilen meer en meer. De vogels worden dan vatbaar voor longontstekingen en andere infecties. Gezonde watervogels kunnen geleidelijk aan hun vetklier weer 'aan de gang krijgen' als ze weer beschikking krijgen over water. In het begin mogen ze dan maar een klein laagje water hebben anders raken ze direct doorweekt. Voorkomen is dus beter dan genezen.

Wegvliegen voorkomen
"In Nederland is zoveel water dat een paar ontsnapte watervogels toch weinig kwaad kunnen"? Als het bij een paar exemplaren zou blijven dan klopt dat. Maar ontsnapte watervogels blijken zich voort te planten en hoe groter de aantallen worden, hoe groter de problemen. Nazaten van ontsnapte knobbelzwanen en verschillende ganzensoorten veroorzaken in toenemende mate landbouwschade. Exotische watervogels concurreren met inheemse soorten. Deze concurrentie wordt een groter probleem wanneer de exotische soorten zich uitbreiden naar het buitenland, waar veel minder watervogelgebieden zijn. In Frankrijk is een grote afschotcampanje aan de gang om uit Nederland afkomstige nijlganzen uit te roeien. Ook kan het voorkomen dat exotische watervogels hybridiseren met inheemse soorten. Dit geldt met name voor veel ganzensoorten maar ook voor diverse eenden. Uit Engeland afkomstige ontsnapte rosse stekelstaarteendjes (ruddy ducks) veroorzaken in Spanje in toenemende mate problemen voor het behoud van de zeldzame witkopeend. Spaanse ornitologen hebben erop aangedrongen dat rosse stekelstaarteendjes overal in Europa bestreden moeten worden anders is het in Spanje dweilen met de kraan open... Voor alle duidelijkheid: beide eendensoorten hybridiseren en de enige mogelijkheid om witkopeenden te behouden is alle rosse stekelstaartjes en hybriden in heel Europa afschieten. Kortom: iedere watervogelhouder heeft de morele plicht te voorkomen dat zijn of haar vogels ontsnappen. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden:

  • Houden in een volière: dit kan met name heel goed bij kleine eendjes zoals mandarijn- en Carolina eenden en veel talingen. Grotere eenden vliegen met zo'n vaart dat ze zich kunnen beschadigen in de omheininng van volières. Ganzen en zwanen hebben zoveel ruimte nodig dat het niet practisch is om ze in een volière te houden.

  • Leewieken: dit is de amputatie van een deel van één vleugel. Hierdoor wordt het voor de vogels voorgoed onmogelijk gemaakt om weg te vliegen. Bij heel jonge watervogels zijn de vleugels in verhouding tot het lichaam nog erg klein. Wanneer ze in de eerste levensdagen worden geleewiekt is dat een geringe ingreep. Ervaren watervogelhouders doen dat dan ook vaan zelf. Voor volwassen watervogels is leewieken een zware operatie die alleen door een dierenarts mag wordne uitgevoerd. Er is veel discussie over de welzijnsaspecten van leewieken. Feit is dat geleewiekte vogels veel gemakkelijker op grote oppervakken kunnen worden gehouden, wat hun welzijn zeker ten goede komt. De vraag is of een diersoort überhaupt gehouden zou moeten worden als dat alleen kan door bij alle exemplaren een deel van het lichaam te amputeren.

  • Kortwieken: dit is het afknippen van een deel van de slagpennen van één vleugel. Volgroeide veren zijn 'dood materiaal' net als haren en nagels. Afknippen van veren is dan ook niet pijnlijk voor een vogel. Ieder jaar worden alle veren vervangen tijdens de rui. Gekortwiekte vogels krijgen dan hun vliegvermogen terug. Ze zouden tijdens de rui binnen gehouden moeten worden om ze op tijd opnieuw te kortwieken. In de prakrtijk is dit geen goede oplossing omdat ze juist tijdens de rui erg stressgevoelig zijn en vooral rust en hun vertrouwde omgeving nodig hebben. Kortwieken is dus hooguit een tijdelijke oplossing voor vogels die later in een volière of vrijvliegend gehouden worden.

  • Vrij laten rondvliegen: dit kan in feite alleen met soorten waarvoor het ontsnappingsrisico nihiel is en met soorten die geen problemen veroorzaken wanneer ze ontsnappen. Bij de eerste groep horen gedomesticeerde watervogels: tamme eenden (loopeenden, pekingeenden enz.), muskuseenden en tamme ganzen. Bij de tweede groep horen eigenlijk alleen grauwe ganzen. Inheemse eendjes zijn te schrikachtig en blijven meestal niet op de plek waar ze 'thuishoren'. Van 'vrij rondvliegend houden' is bij deze soorten geen sprake.


vrouwtje muskuseend

Ringen
Veel watervogelsoorten zijn wettelijk beschermd. Dat betekend dat ze alleen gehouden mogen worden als ze aantoonbaar in gevangenschap zijn gefokt. Hiervoor is het nodig dat ze een zogenaamde 'gesloten pootring' hebben. Dat is een speciale ring die alleen om de poot gedaan kan worden wanneer de vogels nog jong zijn. Wanneer de vogels zijn uitgegroeid kan de ring niet meer om- of af gedaan worden. Gedomesticeerde watervogels (tamme eenden, muskuseenden en tamme ganzen) hoeven volgens de wet niet geringd te worden. Op tentoonstellingen wordt wel geëist dat ook alle gedomesticeerde watervogels geringd zijn. Gesloten pootringen worden daar gebruikt als identiteitsbewijs voor de individuele vogels. Aan de hand van de ringen is na te gaan hoe oud de vogels zijn en bij welke fokker ze geboren zijn. Deze gesloten pootringen zijn verkrijgbaar via watervogelverenigingen zoals Aviornis.

Externe links:

Voor meer informatie over eenden, ganzen en zwanen zie: siervogelhoudersvereniging Aviornis.

Een uitgebreid overzicht van alle soorten watervogels staat op de site van Jan Harteman.

pagina laatst aangepast: 21 februari 2007