Voor
onder water levende dieren is een aanduiding gegeven van de
zuurstofbehoefte. Deze behoefte is mede bepalend voor de manier waarop
ze gehouden kunnen worden:
Soorten met een lage zuurstofbehoefte
Dit zijn diersoorten die van nature voorkomen in stilstaand water met
een dichte plantengroei. Sommige hiervan ademen ze (gedeeltelijk)
atmosferische zuurstof (lucht), anderen passen hun gedrag aan aan lage
zuurstofgehaltes. Deze soorten zijn over het algemeen goed bestand
tegen hoge zomer-temperaturen. Filtering van het water is niet
noodzakelijk. Uiteraard is het wel belangrijk de waterkwaliteit in de
gaten te houden: een lage zuurstofbehoefte betekend niet dat ze
ongevoelig zijn voor een slechte waterkwaliteit!
Soorten met een gemiddelde zuurstofbehoefte
Dit zijn diersoorten die van nature voorkomen in stilstaand en langzaam
stromend water met een plaatselijk dichte plantengroei. Wanneer weinig
dieren in een vijver worden gehouden en er veel plantengroei aanwezig
is, is filtering niet altijd noodzakelijk. Bij grotere aantallen dieren
is een filtering wel nodig.
Sommige van deze
diersoorten (koi, graskarper) eten planten waardoor wel een speciaal
ingerichte en gefilterde vijver nodig is. Een alternatief is een deel
van de vijver ontoegankelijk maken voor deze grote vissen en in dit
afgeschermde gedeelte de beplanting te plaatsen.
Salamanders zijn ingedeeld
bij soorten met een gemiddelde zuurstofbehoefte omdat de larven
zuurstof uit het water opnemen. Volwassen watersalamanders ademen
atmosferische lucht en hebben hierom een lage zuurstofbehoefte.
Soorten met een hoge zuurstofbehoefte
Dit zijn diersoorten die van nature voorkomen in stromend water met
hooguit plaatselijke plantengroei. Vooral in de warme zomermaanden
kunnen ze last van zuurstofgebrek krijgen. Filtering en regelmatige
gedeeltelijke waterverversing zijn noodzakelijk voor hun welzijn.