Baarddraden (kleine 'sprietjes' rondom de bek) dienen om het omringende
water te 'proeven'. Dat betekend dat deze vissen hun voedsel deels op
de 'smaak' vinden. Zeelt, riviergrondel en barbeel woelen regelmatig
door de bodem, op zoek naar onzichtbaar ingegraven waterinsecten en
wormpjes. Hierbij kunnen ze de vijver troebel maken. Ze kunnen ook, net
als andere vissen, op zicht voedsel vinden en eten ook droogvoer. Wel
zijn ze vaak minder snel bij het voer als andere vissoorten en vooral
in handels-bakken zijn ze soms erg vermagerd.