|
home>inhoud>vissen>karperachtigen 2
karperachtigen 2: korte rugvin, zonder baarddraden

ruisvoorns
Bij deze groep van vissen horen
veel soorten die in de volksmond 'voorntjes' of 'witvis' worden
genoemd. De vijver-varieteiten worden vaak niet als zodanig herkend
doordat ze een oranje kleur hebben. De meeste soorten zijn
scholenvissen die in een groep van minimaal tien exemplaren gehouden
moeten worden. Gelukkig vormen ze ook gemengde scholen met
verschillende soorten: zolang de afmetingen van de vissen niet al te
zeer verschillen zwemmen ze samen rond. Hierdoor kan een enkele
ruisvoorn bijvoorbeeld goed in een schooltje windes worden gehouden.
De meeste soorten wennen snel
aan droogvoer. Hierop zijn twee uitzonderingen: zilverkarper en
grootkopkarper zijn voedselspecialisten die in vijvers meestal
verhongeren.
Binnen deze groep zijn mischien
wel de meeste handelsnamen en onjuiste namen van soorten in gebruik. De
meest in omloop zijnde namen:
- rozette = goudvoorn = ruisvoorn (geen blankvoorn, zoals wel wordt gedacht)
- goudelrits = mona lisa = dikkopelrits (geen Europese elrits)
- draadalgeneter = sneep (eet overigens geen draadalg)
- forellenvisje = blauwband
- blauwneus zit soms tussen de jonge sneep
pagina laatst aangepast:
20 februari 2007
|