
Wetenschappelijke naam
Ctenopharyngodon idella
Regio van oorsprong
Azië
Volwassen afmeting
50-80 cm (max 120 cm)
Identificatie (wildvorm)
Een 'voornachtige' vis met een vrij brede kop, grote schubben en ronde
vinnen. De vinnen zijn bij kleine exemplaren doorzichtig, grotere
exemplaren hebben lichtbruine vinnen.
(Kleur) varieteiten
Albino
Overeenkomstige soorten in Europa
Kopvoorn lijkt erg op graskarper. Volwassen kopvoorns hebben een iets
rood gekleurde anaalvin. Voor andere soorten: raadpleeg een veldgids
(bijvoorbeeld het boekje 'de Nederlandse zoetwatervissen', verkrijgbaar
bij de OVB).
Overeenkomstige vijvervissen
Met name wildkleurige windes worden nog wel eens verwisseld met graskarpers. Windes hebben evenwel een smallere kop.
Voedsel
Zeer kleine exemplaren leven van waterinsecten en kreeftachtigen. Vanaf
een lichaamslengte van 2.5 cm leven ze hoofdzalkelijk van planten.
Zachte planten zoals waterpest (= 'zuurstofplanten'!) hebben de
voorkeur, maar ook harde planten zoals riet worden gegeten. Graskarpers
eten ook droogvoer maar hebben planten als onderdeel van hun voeding
nodig. In viskwekerijen worden ze onder andere gevoerd met vers gemaaid
gras.
Zichtbaarheid in vijvers
Graskarpers houden zich vaak vlak onder het wateroppervlak op en zijn daardoor goed zichtbaar.
Geschiktheid voor vijvers
Door de grote behoefte aan plantaardig voedsel 'grazen' graskarpers
normale vijvers leeg. Wanneer rekening wordt gehouden met deze behoefte
aan plantaardig voedsel kunnen ze goed worden gehouden in grotere
tuinvijvers. Alleen in zeer grote, rijk begroeide vijvers krijgen
enkele graskarpers het niet voor elkaar alle waterplanten op te eten.
Minimumaantal
Graskarpers leven in groepen en daarom zouden er minimaal 5 bij elkaar moeten worden gehouden.