gemiddelde
zuurstof-behoefde

 

 

link naar tekeningen-website
Paul Veenvliet's
tekeningen website

 

 

 

home>inhoud>vissen>karperachtigen 2>graskarper

graskarper



Wetenschappelijke naam
Ctenopharyngodon idella

Regio van oorsprong
Azië

Volwassen afmeting
50-80 cm (max 120 cm)

Identificatie (wildvorm)
Een 'voornachtige' vis met een vrij brede kop, grote schubben en ronde vinnen. De vinnen zijn bij kleine exemplaren doorzichtig, grotere exemplaren hebben lichtbruine vinnen.

(Kleur) varieteiten
Albino

Overeenkomstige soorten in Europa
Kopvoorn lijkt erg op graskarper. Volwassen kopvoorns hebben een iets rood gekleurde anaalvin. Voor andere soorten: raadpleeg een veldgids (bijvoorbeeld het boekje 'de Nederlandse zoetwatervissen', verkrijgbaar bij de OVB).


Overeenkomstige vijvervissen
Met name wildkleurige windes worden nog wel eens verwisseld met graskarpers. Windes hebben evenwel een smallere kop.

Voedsel
Zeer kleine exemplaren leven van waterinsecten en kreeftachtigen. Vanaf een lichaamslengte van 2.5 cm leven ze hoofdzalkelijk van planten. Zachte planten zoals waterpest (= 'zuurstofplanten'!) hebben de voorkeur, maar ook harde planten zoals riet worden gegeten. Graskarpers eten ook droogvoer maar hebben planten als onderdeel van hun voeding nodig. In viskwekerijen worden ze onder andere gevoerd met vers gemaaid gras.

Zichtbaarheid in vijvers
Graskarpers houden zich vaak vlak onder het wateroppervlak op en zijn daardoor goed zichtbaar.

Geschiktheid voor vijvers
Door de grote behoefte aan plantaardig voedsel 'grazen' graskarpers normale vijvers leeg. Wanneer rekening wordt gehouden met deze behoefte aan plantaardig voedsel kunnen ze goed worden gehouden in grotere tuinvijvers. Alleen in zeer grote, rijk begroeide vijvers krijgen enkele graskarpers het niet voor elkaar alle waterplanten op te eten.

Minimumaantal
Graskarpers leven in groepen en daarom zouden er minimaal 5 bij elkaar moeten worden gehouden.

pagina laatst aangepast: 29 oktober 2005