Welzijn van aquariumvissen
Op
forums zijn er heftige discussies over geweest en ook op landelijk en
Europees niveau speelt het: welke vissoorten zijn geschikt om in een
aquarium te houden? Hierbij staan twee vragen centraal: hoeveel schade richt de aquariumindustrie aan aan de natuur (denk aan in het wild gevangen aquariumvissen en losgelaten 'overtollige' aquariumvissen) en in hoeverre wordt het welzijn van vissen geschaad doordat ze in aquaria worden gehouden.
Een antwoord op de eerste vraag is lastig te geven omdat voor veel
soorten geen gegevens bekend zijn over populatie-groote in het wild.
Wel wordt momenteel een onderzoek verricht over de gevolgen van de
vangst van grote aantallen kardinaaltetra's. Losgelaten 'overtolloge'
aquariumvissen vormen in grote delen van de wereld een probleem. In
West Europa speelt dit vooral met koudwatervissen zoals goudvissen. Dit
aspect komt aan bod bij de soortbesprekingen van de vijvervissen.
Om
een antwoord op de tweede vraag (aquariumvissen-welzijn) te geven moet
worden gekeken in hoeverre de vissen in staat zijn hun normale gedrag
te uiten in aquaria. Ook moet worden gekeken naar de gezondheid van de
vissen, waarbij onder andere belangrijk is in hoeverre ze tot een
normale afmeting kunnen uitgroeien. Sommige vissoorten lopen in aquaria
een grote groeiachterstand op waardoor ze slechts een fractie van de
normale afmeting halen. Juist deze soorten vertonen ook vaak
gedragsafwijkingen in aquaria.
Welzijnsproblemen
zijn steeds relatief en hangen samen met het aquarium waarin de vissen
worden gehouden. Guppen worden bijvoorbeeld in hun welzijn geschaad
wanneer ze in een onverwarmde vissenkom worden gehouden maar niet
wanneer ze in een ruim, verwarmd aquarium zijn gehuisvest. In feite
stellen alle vissoorten specifieke eisen waarmee rekening moet worden
gehouden om hun welzijn te waarborgen. Er is echter een aantal
vissoorten waarbij welzijnsproblemen veel vaker voortkomen dan
gemiddeld. De volgende problemen komen voor:
Mutaties
Mutaties zijn erfelijke afwijkingen die spontaan ontstaan. In de natuur
hebben dieren met mutaties vaak weinig kans omdat ze eerder worden
gezien door predatoren. Veel aquarium-en vijvervissen verschillen van
wilde vissen door mutaties.

Ballon-mollie (links) met een verkorte ruggegraat en mollie met een normale ruggegraat (rechts).
Mutaties die de lichaamsvorm veranderen
De afgelopen jaren worden in toenemende mate zogenaamde
"ballon-mutaties" in de handel, waarvan de ballon-mollie de meest
bekende is. Ballon-mutaties zijn verder bekend van Corydoras pantsermeervalletjes en goudvissen (o.a. sluierstaarten
hebben een vergelijkbare lichaamsvorm). Deze vissen hebben een sterk
verkorte ruggegraat. De ingewanden hebben wel een normale afmeting
waardoor de vissen een uitpuilende, bolle buik hebben. Vooral de
staartwortel is sterk verkort, waardoor de vissen veel minder spieren
hebben voor de voortbeweging. Ze zijn dan ook sterk beperkt in de
normale voortbeweging en kunnen niet met een normale snelheid zwemmen.
Door de afwijkende lichaamsvorm is de plaats van de zwemblaas niet
optimaal, waardoor veel ballon-vissen evenwichtsproblemen hebben.
Naast exemplaren met een verkorte ruggegraat zijn veel goudvissen in de handel met andere lichamelijke afwijkingen, die worden veroorzaakt door erfelijke mutaties:
- Verdubbeling van de staart- en anaalvin (belemmert de voortbeweging)
- Sterk vergrote ogen (kwetsbaar voor beschadigingen)
- Naar boven gedraaide ogen (belemmerd zicht, kwetsbaar)
- Zakvormige uitstulpingen onder de ogen (kwetsbaar, belemmerd voortbeweging)
- Ontbrekende rugvin (geeft evenwichtsproblemen)
- Verdikte kophuid (verhoogde gevoeligheid voor huidinfecties, soms bedekt de huid de ogen)
In de afgelopen jaren is een hybride cichlide-soort
in de handel gekomen met een sterk afwijkende lichaamsvorm: de rode
papegaai-cichlide. Deze dieren worden door hun lichaamsvorm bij de
voortbeweging beperkt en hebben een misvormde bek die ze niet normaal
kunnen sluiten.

Langvinnige (komeetstaart) goudvis (links) en goudvis met normale vinlengte (rechts).
Mutaties die de lengte van vinnen veranderen
Van veel vissoorten zijn zogenaamde sluier-vormen in de handel. Een
sluier-vis of sluierstaart-vis is een vis waarbij de vinnen veel langer
zijn als normaal door een mutatie (erfelijke afwijking). De normale
vinlengte is optimaal geschikt voor de normale voortbeweging van een
vissoort. Sommige vissen hebben van nature lange vinnen, deze soorten
baltsen bijvoorbeeld met uitgespreide vinnen. Zulke soorten hebben
speciale aanpassingen in hun bespiering en in de doorbloeding van de
extra lange vinnen. De sluier-mutaties missen deze aanpassingen.
Afhankelijk van soortspecifieke manier van voortbewegen en de mate
waarin de vinnen verlengd zijn, hebben vissen hinder van de lange
vinnen bij het zwemmen. Ook zijn sluier-vormen extra gevoelig voor
infecties van de vinnen, zoals bacteriele vinrot. Bij sommige
vissoorten hebben sluier-vormen een verhoogde kans op misvormingen aan
de vinnen ("kromme vinnen"), die de voortbeweging verder belemmeren.
Kleurmutaties
Veel vissen communiceren met soortgenoten door op een subtiele manier van kleur te veranderen. Dit geldt met name voor cichliden,
maar ook veel andere vissen worden feller gekleurd tijdens de balts en
minder fel gekleurd wanneer ze zich niet goed voelen. Vissen met ene
kleurmutatie zijn anders gekleurd als hun in het wild voorkomende
soortgenoten. Veel vissen met een kleurmutatie (albino's egaal oranje
vissen enz.) hebben het vermogen verloren om van kleur te veranderen.
Het is meestal niet erg duidelijk in hoeverre dit het welzijnvan vissen
beinvloed.
Kunstmatig gekleurde vissen
Sommige, van nature niet erg kleurrijke vissoorten, worden "gekleurd"
door kleurstoffen te injecteren. Dit gebeurt onder andere bij
glasbaarsjes, albino Corydoras, sommige cichliden
en gourami's. Het resultaat is dat oorspronkelijk witte of doorzichtige
vissen, felle kleuren krijgen. Dit soort "getatoueerde vissen" is in
verschillende kleuren verkrijgbaar: geel, rose, groen, oranje en blauw.
Injecteren van kleurstoffen wordt gezien als een onnodige schending van
de integriteit van dieren en die negatief is voor het welzijn.

Volwassen Pangasius-meerval in een aquarium van 1 meter. Jonge exem-
plaren van deze vissoort wordt veel verkocht. Ze lopen in aquaria een
groei-achterstand op en worden niet veel groter als 40 cm. Doordat ze
steeds tegen de aquariumruiten zwemmen hebben vrijwel alle aquarium-
exemplaren beschadigde ogen.
Vissen die in aquaria een groeiachterstand oplopen
Regelmatig worden jongen van grote vissoorten verkocht als aquariumvis.
Deze vissen kunnen door de beperkte ruimte niet normaal uitgroeien. De
meest bekende hiervan is Pangasius,
een meerval-soort die in de natuur anderhalve meter lang wordt maar in
aquaria zelden groter wordt dan 40 cm. Dergelijke vissen zijn niet duur
en worden vooral verkocht aan onervaren aquariumhouders. Om de verkoop
te bevorderen zijn ze in de handel onder namen als mini-haai en zoetwaterhaai.